Fragment uit de Proloog van het boek
(... )
Alexander Durby had na het avondeten Little Dorothy, zijn dochtertje van twee naar bed gebracht en nog tot negen uur aan het rapport voor een klant in Australië geschreven. Het onderzoek van de gesteenten was bijna klaar en het resultaat was hoopgevend. Nog een paar dagen en hij kon de eindversie schrijven, daarmee de eerste grote opdracht voor Overstone GeoResearch afrondend. Het gaf hem een goed gevoel dat de eerste opdracht voor het analyseren van gesteenten een positief resultaat opgeleverd had. De opdrachtgever aan de andere kant van de aardbol kon tevreden zijn.
Voor Alexander naar bed ging wilde hij nog een wandeling maken. Hij pakte de grote zaklamp die naast de voordeur altijd gereed lag, liep de hal door, de grote kamer door naar de serre en verliet Overstone Hall via de tuindeuren. Hij genoot elke keer weer van het prachtige uitzicht over het grasveld, de rotsen van de baai, de vuurtoren aan de andere kant van de baai en de oceaan. Een mooiere ligging voor een landhuis kon hij zich niet voorstellen en hij was intens gelukkig dat hij hier samen met Dorothy en zijn dochtertje kon leven en werken. De jaren dat zij samen eerst in Oxford hadden gewoond waren op dit punt geen jubeljaren geweest. Ze waren samen en genoten van hun leven, maar zodra ze konden, namen ze de trein en verbleven hun vrije tijd zoveel mogelijk op ‘hun’ eiland in het verre noorden van Schotland. Dat was de plek waar ze zich samen thuis voelden. Na afloop van hun studies waren ze direct weer terug verhuisd naar Overstone en hadden daar hun gezamenlijke bedrijf opgezet met geld van hun ouders. En de zaken begonnen langzaam te lopen. De eerste opdracht was bijna afgerond en over twee andere opdrachten was hij met potentiële nieuwe klanten in gesprek. Er was vraag naar goede analyses van gesteenten om vast te stellen of het materiaal dat erin zat de moeite van het verder exploreren en exploiteren waard was. Overstone GeoResearch deed dat onderzoek en hielp zo prospectors bij het vinden van de grondstoffen die de samenleving dringend nodig had. Als de beide offertes die hij uitgebracht had opdrachten zouden opleveren, dan hadden Dorothy en hij voor de komende twee jaar genoeg te doen. Hij had Dorothy voorgesteld om Elsa en Jason te vragen bij hen te komen werken. Ze kenden elkaar al hun halve leven, hadden samen op school gezeten en samen in Oxford gestudeerd. Elsa was een prima chemicus en Jason een uitstekend geofysicus. Twee specialisten die ze graag bij Overstone GeoResearch zouden willen betrekken. De boottrip van vandaag was bedoeld om dat met hen te bespreken. Maar hij had Dorothy alleen moeten laten uitvaren. De afronding van dit eerste rapport kon niet meer langer wachten. Dat moest morgen klaar zijn. Alleen als hij niet mee zou varen zou hij de deadline kunnen halen. Jammer. Hij was graag samen met zijn vrouw en dochtertje meegevaren. Maar Dorothy en hij waren het erover eens geweest dat in dit geval de opdrachtgever voor ging. En dat hij op Little Dorothy zou passen. Dat leek hen veiliger en rustiger, zodat Dorothy, Elsa en Jason rustig over hun gezamenlijke toekomstplannen zouden kunnen praten.
Hij sloeg links af en nam de weg naar het andere, het ruigere deel van Overstone Island, waar het Zwarte Huis lag, de ruïne van wat ooit een oud klooster geweest was. Hij maakte wel vaker een avondwandeling in de richting van het Zwarte huis. Vanavond wandelde hij stevig door en was binnen een uur bij het bootshuis. Hij ging even op het bankje naast het bootshuis zitten om over het donkere water uit te kijken. De maan scheen vol en sloeg een zilveren pad over het water tot voor zijn voeten. Het was alsof hij zo op de zilveren loper kon stappen. Daar ergens ver achter de horizon dobberde zijn vrouw, Dorothy met Elsa en Jason en genoten van de zee en de nacht. Ze spraken over hun gezamenlijke toekomst. Hij wist dat Dorothy een uitstekende schipper was die de ‘Princess’ net zo goed beheerste als hij. Met Dorothy als kapitein was iedereen veilig aan boord. Hij glimlachte en wenste zijn geliefde een goede nachtrust. Hij wist dat zij dat zou voelen.
Het was een van zijn favoriete plekken van waaruit hij vrij zicht had op de oceaan en als hij zich half omdraaide ook een deel van Overstone Island kon zien. Hij leunde achterover op het bankje, dat hij hier een paar maanden geleden had laten neerzetten, trok zijn benen op en vouwde zijn handen om zijn knieën. Hij zat daar een paar minuten voor zich uit te staren toen hij in de verte, een lichtflits van onnatuurlijke felheid zag. Een vuurpijl van een schip in nood? De ‘Princess’ kon het niet zijn, die had alleen rode alarmpijlen aan boord. Het lichtschijnsel dat hij zag leek ook niet op een gewone vuurpijl. Een streep van vuur schoot omhoog en tekende zich even af tegen de donkere hemel voor die achter de horizon leek te verdwijnen. Er volgde geen spel van sterren en licht. Het vreemde verschijnsel leek het meest op hoe hij zich een meteoriet voorstelde die bij het binnenkomen in de aardatmosfeer met veel lichtend geweld verbrandde. Dit zou dan een soort omgekeerde, omhoog vallende ster moeten zijn. Alexander glimlachte om de gedachte. Als het een vallende ster was mocht hij een wens doen. Maar hoe dat zat met een omhoog vallende ster wist hij niet. Hij zag hoe het licht langzaam in het duister verdween. Hij keek op zijn horloge. Bijna middernacht. Hij was moe en wilde naar bed.
Hij stond op om terug te lopen. Terwijl hij zich omkeerde zag hij een flink stuk boven de horizon een nog veel fellere lichtflits van een ongekende omvang. Het leek op een enorme explosie ergens ver weg in de lucht boven zee. Het leek alsof een bovenmaatse vuurpijl, een immens vuurwerk, in een gigantische fontein van licht uiteenspatte maar dan vele malen feller dan hij ooit gezien had. De lucht was onbewolkt, een onweer boven zee kon het onmogelijk zijn. Het licht had een totaal een andere kleur. Het was veel geler en roder dan het witte licht van een bliksemflits of van een bolbliksem. Het was alsof er een enorme gouden lichtbal uiteenspatte en in myriaden vlammende delen omlaag tuimelde naar de aarde, twee donkere rookpluimen, die duidelijk afstaken tegen het vurige licht. Hoog in de lucht leek er een inferno los gebarsten. Een enorme vuurbal spatte op grootte hoogte, als een gigantisch vuurwerk uiteen in honderden brandende delen die eerst langzaam en toen steeds sneller terugvielen naar de aarde. Het vallen van de brandende stukken duurde minuten. Ze verdwenen ver achter de horizon in zee. De lucht boven de horizon kleurde zich met een roodgouden gloed alsof achter de horizon grote paasvuren waren aangestoken. Alexander bleef gefascineerd maar ook met iets van angst naar het schouwspel kijken. Daar ver buiten op zee voer de ‘Princess’, voer Dorothy!
Nog terwijl het vuurwerk zich voor zijn ogen ontrolde hoorde en voelde Alexander het geluid van een enorme dubbele explosie, een drukgolf van een ongekende heftigheid. De klap was dof, hard en raakte zijn oren zo onverwacht heftig dat hij in elkaar dook. Zijn gehoor was er minuten lang door verdoofd. Hij hoorde nog slechts een suizen, dat langzaam afnam. Het was als het geluid van een harde doffe, lang aanhoudende donderslag. Vele malen heftiger dan van een gigantische onweersbui die zich in een enkele klap ontlaadde. De grote dubbele knal werd gevolgd door een minuten aanhoudend gedonder en gerommel van een hele serie opeenvolgende over elkaar heen tuimelende heftige explosies van verschillend karakter. Lichtte klappen wisselden elkaar af met zware explosies. Alexander had het gevoel alsof er daar ergens op zee een kruithuis explodeerde. Alsof een schip geladen met dynamiet de lucht in ging. Een vliegtuig, vroeg hij zich af. Het licht in de lucht daalde neer en doofde langzaam in het duister van de nacht. Het gedonder en gerommel doofde langzaam weg in de stilte van de oceaan. Toen was het weer stil, even plotseling als het gedonder begonnen was, daalde er een oorverdovende stilte neer over Overstone Island. En langzaam doofden ook de lichten achter de horizon.
Alexander staarde verdwaasd minuten lang naar de horizon, niet wetend wat hij gezien had. Hij was weer gaan zitten om naar het geweldige, maar ook infernalische schouwspel te kijken. Hij zat versteend op het bankje en bewoog zich niet. Plotseling brak de spanning. Een vreselijke gedachte bracht hem weer terug in het hier en nu. Als een flits ging het opnieuw door zijn hoofd: ‘de ‘Princess’ ... , Dorothy ..., daar buiten op zee! Mijn God, nee! Dat niet.’
Hij sprong op en rende over zijn eigen voeten struikelend zo snel hij kon terug naar huis. De zaklamp liet hij op de bank liggen.
(…)
Lees Het Overstone Incident: te koop in de boekhandel!
